Als we de kans hebben gaan we als gezin graag kamperen. Lekker de stad uit en op zoek naar wilde dieren en lekker genieten in de Zambiaanse natuur. Op een paar uren rijden van Lusaka, de hoofdstad van Zambia en onze woonplaats, heb je geweldige plekken waar je de tent neer kunt zetten.
Zo gaan we graag naar Lake Kariba, een immens groot meer dat de grens vormt tussen Zambia en Zimbabwe. De rit hier naartoe is prachtig aangezien er talloze Baobabs langs de route staan die ons elke keer weer doen verbazen. Immens groot staan deze bomen statig met de voeten in het zand.
Een van de vaste onderdelen op de route is om de auto aan de kant te zetten en een of meerdere rondjes om een Baobab te lopen. Meestal gaat dit vergezeld met een kudde schapen, meerdere kinderen en nieuwsgierige volwassenen.

Eenmaal aangekomen bij het meer zetten we de tent neer, gaan brandhout zoeken voor het kampvuur of staren we over het uitgestrekte water. Lake Kariba, zoetwater meer dat lijkt op een zee. Lake Kariba met prachtige zandstranden die uitnodigen om te gaan graven in het zand en spelen in het water.
Helaas, net als heel veel andere mooie wateren in Zambia heeft Lake Kariba een kleine beperking. Krokodillen!

Onze jongens zijn er inmiddels aan gewend dat ze niet meer zomaar bij het water mogen spelen. Ook zij zijn zich bewust van het gevaar dat onder het oppervlakte verstopt kan zitten en wat soms rustig en ogenschijnlijk onschuldig langs komt zwemmen. Bij Lake Kariba word je op het strand begroet door prachtige waarschuwingsborden die wijzen op de natuurlijke bewoners van het water. Op andere plekken staan de borden niet maar word je er door de lokale camping eigenaar wel op gewezen.
Afgezien van het feit dat de krokodillen iets angstaanjagends hebben en we er zeker voor uitkijken zijn ze zeer fotogeniek en is het een genot om ze (van een afstand) te bekijken en te fotograferen. En zwemmen? Dat doen we maar in het zwembad…..




Where there is shouting, there is no true knowledge
Leonardo da Vinci